Zie, ieder ding is het jouwe, dus: ontbreekt je iets, dan ken je je eigen rijkdom nog niet


zie-ieder-ding-is-het-jouwe-dus-ontbreekt-iets-dan-ken-eigen-rijkdom-nog-niet
angelus silesiuszieiederdingishetjouwedusontbreektietsdankeneigenrijkdomnognietieder dingding isis hethet jouweontbreekt jeje ietsdan kenken jeje jeje eigeneigen rijkdomrijkdom nognog nietieder ding isding is hetis het jouweontbreekt je ietsdan ken jeken je jeje je eigenje eigen rijkdomeigen rijkdom nogrijkdom nog nietieder ding is hetding is het jouwedan ken je jeken je je eigenje je eigen rijkdomje eigen rijkdom nogeigen rijkdom nog nietieder ding is het jouwedan ken je je eigenken je je eigen rijkdomje je eigen rijkdom nogje eigen rijkdom nog niet

Ken ik mijn verhouding tot mij zelf en tot de buitenwereld, dan noem ik dat waarheid. En zo kan ieder zijn eigen waarheid hebben en is het toch steeds dezelfdeRijkdom is ten slotte iets betrekkelijks, daar hij, die weinig heeft en nog minder behoeft, rijker is dan hij, die veel heeft en nog meer behoeftIk maak meer fouten dan ieder ander die ik ken, en vroeg of laat, patenteer ik de meesteIk zie liever het portret van een hond die ik ken, dan alle zinnebeeldige schilderijen die men mij op de wereld kan laten zienWat is het onderscheid tussen de mens en het dier? Niet zijn rechtstaande houding. Dat was al aanwezig bij de apen lang voordat de hersenen zich begonnen te ontwikkelen. Ook niet het gebruik van gereedschap. Het is iets geheel nieuws, iets dat voorheen onbekend was: zelfbewustzijn. Dieren hebben ook een bewustzijn: ze zijn zich bewust van dingen. Ze weten dat dit hier één ding is en dat daar een ander ding. Maar toen de mens ter aarde kwam had hij een nieuw bewustzijn, een bewustzijn van zichzelf. Hij wist dat hij bestond en dat ook hij iets anders was, iets anders dan de natuur, iets anders dan andere mensen. Hij werd zichzelf gewaar. Hij was zich bewust dat hij dacht en voelde. Zover wij weten is er niets dergelijks in de dierenwereld. Dat is de kenmerkende eigenschap dat mensen mensen maaktRijkdom kan ons in staat stellen om gunsten te verlenen, maar om ze te verlenen met fatsoen en gratie vereist iets dat rijkdom niet kan geven