Nietzsche zocht het absolute maar hij bereikte dit niet, telkens wanneer hij het eindelijk meende te kunnen vastgrijpen en er zijn hand begerig naar uitstrekte, ontweek het hem, zoals het sappige ooft Tantalus ontweek - Pot van Citaten

Nietzsche zocht het absolute maar hij bereikte dit niet, telkens wanneer hij het eindelijk meende te kunnen vastgrijpen en er zijn hand begerig naar uitstrekte, ontweek het hem, zoals het sappige ooft Tantalus ontweek


nietzsche-zocht-het-absolute-maar-hij-bereikte-dit-niet-telkens-wanneer-hij-het-eindelijk-meende-te-kunnen-vastgrijpen-er-zijn-hand-begerig-naar
walter schubartnietzschezochthetabsolutemaarhijbereikteditniettelkenswanneereindelijkmeendetekunnenvastgrijpenerzijnhandbegerignaaruitstrekteontweekhemzoalssappigeoofttantalusnietzsche zochtzocht hethet absoluteabsolute maarmaar hijhij bereiktebereikte ditdit niettelkens wanneerwanneer hijhij hethet eindelijkeindelijk meendemeende tete kunnenkunnen vastgrijpenvastgrijpen enen erer zijnzijn handbegerig naarnaar uitstrekteontweek hethet hemzoals hethet sappigesappige ooftooft tantalustantalus ontweeknietzsche zocht hetzocht het absolutehet absolute maarabsolute maar hijmaar hij bereiktehij bereikte ditbereikte dit niettelkens wanneer hijwanneer hij hethij het eindelijkhet eindelijk meendeeindelijk meende temeende te kunnente kunnen vastgrijpenkunnen vastgrijpen envastgrijpen en eren er zijner zijn handzijn hand begerighand begerig naarbegerig naar uitstrekteontweek het hemzoals het sappigehet sappige ooftsappige ooft tantalusooft tantalus ontweek

Hij moet het goede niet achterwege laten wanneer dat mogelijk is, maar van de andere kant moet hij in staat zijn over te stappen op het kwade wanneer de noodzaak hem daartoe dwingtGeluk is als een vlinder: wanneer je hem tracht te grijpen blijft hij altijd net buiten je bereik; maar wanneer je rustig blijft zitten komt hij misschien op je hand zittenDe mens, die zegt dat hij niet gelukkig is geboren, zou het ten minste nog kunnen worden door het geluk van zijn vrienden of van zijn nabestaanden. Maar de nijd berooft hem van dit laatste hulpmiddelDe mens is niet meer dan een zwak riet, maar het is een denkend riet. Het is niet nodig dat het heelal zich bewapent om hem te verpletteren: een damp, een waterdruppel volstaat om hem te doden.  Maar ook wanneer het heelal hem zou verpletteren, ook dan nog zou de mens edeler zijn dan wat hem doodt, omdat hij weet dat hij sterft, terwijl het heelal niets weet van wat het op hem voorheeft. Zodoende bestaat al onze waardigheid in ons denken.Telkens als je een man tegenkomt, klimt hij als een haan op zijn mesthoop en wil hij laten zien wie hij is. Je verneemt dan welk belangrijk beroep hij heeft, hoeveel hij verdient, wat voor een bolleboos hij wel is en zo meer. Hij affirmeert zich telkens in termen van macht, ook seksueel. Zodra hij zichzelf bevestigd heeft, heeft hij geen enkele boodschap meerMijn conclusie is dan ook deze, dat iemand die de macht in handen heeft, zich weinig van samenzweringen moet aantrekken wanneer het volk hem goedgezind is. Maar wanneer het hem vijandig gezind is en hem haat, moet hij voor alles en iedereen bang zijn