Het is onbetwistbaar, dat ons soms een gedachte bevalt wanneer wij liggen, die ons niet meer bevalt, wanneer wij staan


het-is-onbetwistbaar-dat-ons-soms-een-gedachte-bevalt-wanneer-wij-liggen-die-ons-niet-meer-bevalt-wanneer-wij-staan
g. c. lichtenberghetisonbetwistbaardatonssomseengedachtebevaltwanneerwijliggendienietmeerbevaltstaanhet isis onbetwistbaardat onsons somssoms eeneen gedachtegedachte bevaltbevalt wanneerwanneer wijwij liggendie onsons nietniet meermeer bevaltwanneer wijwij staanhet is onbetwistbaardat ons somsons soms eensoms een gedachteeen gedachte bevaltgedachte bevalt wanneerbevalt wanneer wijwanneer wij liggendie ons nietons niet meerniet meer bevaltwanneer wij staandat ons soms eenons soms een gedachtesoms een gedachte bevalteen gedachte bevalt wanneergedachte bevalt wanneer wijbevalt wanneer wij liggendie ons niet meerons niet meer bevaltdat ons soms een gedachteons soms een gedachte bevaltsoms een gedachte bevalt wanneereen gedachte bevalt wanneer wijgedachte bevalt wanneer wij liggendie ons niet meer bevalt

Wij zijn meer ons zelve, wanneer wij schrijven dan wanneer wij spreken, omdat wanneer wij schrijven wij alleen zijnWanneer wij het liefhebben beu zijn, vinden wij het heel prettig wanneer men ons ontrouw wordt om ons van onze trouw te ontslaanWij stellen ons niet tevreden met het leven, dat wij in ons hebben, en met ons eigen wezen; wij willen in de gedachten van anderen een denkbeeldig leven leiden; en wij sloven ons daarvoor uit om anders te schijnen dan wij zijnWat wil het zeggen, wanneer wij iets van ons noemen? Evenveel, als wanneer wij een bed in een herberg van ons noemen.Wanneer wij zeggen dat lust ons levensdoel is, hebben wij het niet over de lust van losbandige lieden of over de lust die gelegen is in actief genieten – zoals sommige mensen denken die niet weten waar ze het over hebben en die met ons van mening verschillen of aan onze leer een negatieve uitleg geven – maar wij doelen op een toestand, waarin het lichaam geen pijn heeft en de ziel niet verontrust wordtHoe kunnen wij verlangen dat een ander ons geheim bewaart, wanneer wij het niet eens zelf weten te bewaren?